Download on the App Store

Moeten universiteiten geslotenboektentamens vervangen door beoordeling op basis van projecten?

Openingsverklaring

Openingsverklaring van het voorteam

Geachte jury, geachte tegenstanders, beste studenten en docenten.

Stel je voor: je studeert af, je eerste werkdag, en je leidinggevende legt een complexe casus op je bureau. Hij geeft je geen boek, geen samenvatting en precies twee uur. Klinkt dat als een realistische test van je kunnen? Nee. Dat klinkt als een geslotenboektentamen. En precies daarom staan wij hier vandaag voor de stelling: universiteiten moeten geslotenboektentamens vervangen door beoordeling op basis van projecten.

Wij definiëren geslotenboektentamens als tijdgebonden, geïsoleerde toetsen die voornamelijk reproductie van feiten meten. Projectbeoordeling daarentegen is een iteratief, toegepast proces waarin studenten kennis integreren, problemen oplossen en een tastbaar resultaat leveren. Onze maatstaf is simpel: onderwijs moet meten wat er werkelijk toe doet in de academische en professionele praktijk. Vanuit dat kader presenteren wij drie kernpunten.

Ten eerste: van geheugen naar meesterschap.
Geslotenboektentamens belonen kortetermijngeheugen, niet langetermijnbegrip. Je stopt informatie in je hoofd, gooit het eruit op de toetsdag en vergeet het binnen een maand. Projecten dwingen je daarentegen tot synthese. Je moet theorie vertalen naar praktijk, keuzes onderbouwen en falen als leermoment gebruiken. Dat is geen toetsen van wat je weet, maar meten van wat je kunt. En in een wereld die draait om adaptief vermogen, is dat het enige dat telt.

Ten tweede: van stress naar diepgaand leren.
De huidige tentamenzaal is een broedplaats van acute stress, waarbij prestatieangst vaak belangrijker wordt dan intellectuele nieuwsgierigheid. Projectbeoordeling verschuift de focus van een eenmalige, hoge-drukprestatie naar een proces van groei. Je krijgt feedback, je reviseert, je leert van fouten. Psychologisch onderzoek toont keer op keer aan dat formatieve, procesgerichte beoordeling leidt tot betere retentie en intrinsieke motivatie. Waarom zouden we studenten straffen voor het menselijke tempo van leren, als we ze kunnen begeleiden naar echte beheersing?

Ten derde: van eenmalige prestatie naar inclusieve eerlijkheid.
Een geslotenboektentamen meet vaak niet alleen kennis, maar ook testvaardigheid, geheugencapaciteit en het vermogen om onder extreme druk te functioneren. Dat bevoordeelt een specifiek cognitief profiel en negeert andere vormen van intelligentie. Projecten laten ruimte voor diversiteit: de analytische denker, de creatieve ontwerper, de sterke communicator. Ze meten competentie in context, niet in isolatie. En ja, sommigen zullen zeggen dat projecten subjectief zijn of leiden tot free-riding. Maar dat is geen argument tegen het format, het is een pleidooi voor beter ontwerp. Met duidelijke rubrics, individuele reflectieverslagen, mondelinge verdedigingen en transparante criteria is projectbeoordeling juist objectiever, omdat het de volledige competentie in beeld brengt, niet slechts een fragment.

Wij vervangen niet zomaar een toetsvorm. Wij vervangen een verouderde illusie van objectiviteit door een eerlijke, toekomstgerichte maatstaf van kunnen. Onderwijs moet geen tentamenzaal van gisteren zijn, maar een werkplaats voor de professionals van morgen. Daarom vragen wij u: stem voor de vervanging. Dank u wel.

Openingsverklaring van het tegenteam

Geachte jury, geachte voorstanders, beste aanwezigen.

We dromen allemaal van onderwijs dat inspireert, dat creativiteit voedt en dat studenten voorbereidt op de echte wereld. Maar inspiratie zonder fundament is een luchtkasteel. Een mooi luchtkasteel is nog geen brug. Geslotenboektentamens zijn niet de vijand van diepgaand leren; ze zijn de fundering ervan. Daarom verwerpen wij de stelling dat universiteiten geslotenboektentamens volledig moeten vervangen door projectbeoordeling.

Wij definiëren vervangen als een structurele uitfasering ten gunste van een ander systeem. Onze maatstaf is academische integriteit, gelijke kansen en de garantie van een solide kennisbasis. Vanuit dat perspectief presenteren wij drie kernpunten.

Ten eerste: de maatstaf van objectiviteit en gelijkwaardigheid.
Een geslotenboektentamen is, ondanks zijn beperkingen, een van de weinige toetsvormen die individuele kennis op een gestandaardiseerde, vergelijkbare manier meet. Iedere student krijgt dezelfde vragen, dezelfde tijd, dezelfde voorwaarden. Projecten daarentegen introduceren onvermijdelijke subjectiviteit. Groepsdynamiek, toegang tot externe bronnen en de interpretatie van rubrics variëren sterk per docent en per team. Hoe garandeer je gelijke kansen als de ene groep een ervaren begeleider heeft en de andere niet? Hoe voorkom je dat de eindbeoordeling meer afhangt van presentatievaardigheid dan van inhoudelijke diepgang? Zonder een harde, individuele kennischeck vervagen de grenzen tussen kunnen en kunnen overtuigen.

Ten tweede: kennis als voorwaarde voor toepassing.
Je kunt geen brug bouwen zonder natuurkunde, geen algoritme schrijven zonder wiskunde en geen kritische analyse maken zonder feitelijke basis. Projecten veronderstellen dat de fundamenten al aanwezig zijn. Maar wie controleert dat? Geslotenboektentamens dwingen studenten om de cognitieve infrastructuur op te bouwen voordat ze gaan bouwen. Het is de academische versie van “eerst leren lopen, dan rennen”. Als we tentamens vervangen door projecten, riskeren we een generatie studenten die wel kan brainstormen, maar niet kan onderbouwen. Creativiteit zonder kennis is improvisatie. En in de wetenschap, de geneeskunde, de techniek en de rechtspraak is improvisatie geen deugd; het is een risico.

Ten derde: individuele verantwoordelijkheid en drukbestendigheid.
Het voorteam zal pleiten voor de “echte wereld”, maar de echte wereld vraagt ook om individuele expertise, strakke deadlines en het vermogen om zonder back-up te redeneren. Een chirurg in de operatiekamer, een piloot in een noodsituatie, een jurist in de rechtbank: zij krijgen geen tijd om een projectteam samen te stellen of een literatuurstudie te doen. Zij moeten uit hun hoofd, onder druk, correct handelen. Geslotenboektentamens trainen precies dat: cognitieve paraatheid, focus en individuele verantwoordelijkheid. Projecten zijn waardevol, maar ze verschuilen vaak individuele zwaktes achter collectieve sterkte. Een universiteit die alleen projecten gebruikt, levert geen zelfstandige denkers af, maar afhankelijke teamspelers.

Wij erkennen dat projecten een prachtige aanvulling zijn op het curriculum. Maar vervanging is geen evolutie; het is een amputatie. Wij pleiten voor een hybride model waarin geslotenboektentamens de fundering blijven en projecten de verdieping. Zonder die fundering stort het gebouw in. Daarom vragen wij u: behoud het geslotenboektentamen als onmisbare pijler van academische kwaliteit. Dank u wel.


Weerlegging van de openingsverklaring

Weerlegging door het voorteam

Dank u, voorzitter.

De eerste spreker van het tegenteam heeft zojuist een keurig verhaal gehouden, maar het was een verhaal dat stond op drie wankele poten: objectiviteit, kennis en druk. Laten we die één voor één bekijken, want wie goed luistert, hoort niet zozeer een verdediging van het geslotenboektentamen als wel een verdediging van de gewoonte.

Het eerste punt van het tegenteam was dat geslotenboektentamens objectief en gelijkwaardig zouden zijn. Dat klinkt mooi, maar het verwart iets wat makkelijk te scoren is met iets wat werkelijk iets zegt. Een meerkeuzevraag kan inderdaad zeer objectief worden nagekeken. Maar als die vraag vooral meet of een student op dinsdagochtend om negen uur een definitie kan reproduceren, dan is de score misschien betrouwbaar, maar niet per se geldig. In toetstermen heet dat constructvaliditeit: meet je eigenlijk wat je zegt te meten? En precies daar wringt het. Een tentamen kan heel eerlijk lijken omdat iedereen dezelfde vragen krijgt, maar toch oneerlijk zijn omdat het een smalle vorm van kennis beloont en een brede vorm van competentie negeert.

Het tegenteam vraagt: hoe garandeer je gelijke kansen bij projecten? Maar die vraag stellen zij alsof de huidige tentamenzaal een neutrale ruimte is. Dat is niet zo. De tentamenzaal bevoordeelt studenten die goed zijn onder tijdsdruk, die snel kunnen schrijven, die weinig last hebben van faalangst, die de taal van de toets beheersen en die zich geen extra zorgen hoeven te maken over randvoorwaarden. Projectbeoordeling kan juist kansen verbreden, mits goed ontworpen. Met heldere rubrics, tussentijdse feedback, individuele reflectie, mondelinge verdediging en moderatie tussen beoordelaars maak je niet iets vrijblijvends, maar iets transparants. Het tegenteam doet alsof subjectiviteit alleen bij projecten bestaat. Maar een docent die een essay beoordeelt, een casus interpreteert of een antwoord weegt, doet dat ook bij een geslotenboektentamen. Het verschil is dat projectbeoordeling die interpretatie zichtbaar kan maken, terwijl het traditionele tentamen haar vaak verstopt achter de schijn van één juist antwoord.

Dan het tweede punt: kennis als voorwaarde voor toepassing. Het tegenteam zei: je kunt geen brug bouwen zonder natuurkunde, geen algoritme schrijven zonder wiskunde en geen analyse maken zonder feiten. Daar zijn wij het volledig mee eens. Maar de conclusie die zij eraan verbinden, is onlogisch. Projecten vragen juist om kennis. Wie een project doet, moet theorie gebruiken, bronnen wegen, methoden verantwoorden en keuzes uitleggen. Het idee dat projectbeoordeling kennis zou omzeilen, is een karikatuur. Wat projectbeoordeling doet, is kennis niet behandelen als eindpunt, maar als gereedschap. En precies dat is wat academisch onderwijs zou moeten doen: studenten leren denken met kennis, niet alleen kennis opslaan voor kort gebruik.

Het tegenteam gebruikte de mooie metafoor: eerst leren lopen, dan rennen. Akkoord. Maar een geslotenboektentamen meet vaak niet of je kunt lopen; het meet of je op commando stil kunt staan op een loopband. Wie echt wil weten of een student kan lopen, laat hem lopen. Wie wil weten of een student kan redeneren, laat hem een probleem oplossen, een ontwerp verdedigen, een onderzoek opzetten of een advies onderbouwen. En als het tegenteam vreest dat studenten de basis niet kennen, dan is het antwoord niet: sluit het boek en sluit de student op. Het antwoord is: bouw kenniscontroles in het project in. Laat studenten hun aannames verantwoorden. Stel hen vragen tijdens een verdediging. Beoordeel niet alleen het eindproduct, maar ook de weg ernaartoe. Dat is geen zwakkere toetsing; dat is diepere toetsing.

Het derde punt van het tegenteam ging over drukbestendigheid en individuele verantwoordelijkheid. Zij noemden de chirurg, de piloot en de jurist. Laten we eerlijk zijn: die beroepen vragen inderdaad om paraatheid. Maar de echte wereld is niet één grote geslotenboektentamenzaal. Een chirurg werkt met protocollen, teams, checklists, specialistische kennis en permanente bijscholing. Een piloot vliegt niet op geheugen alleen, maar op training, procedures en systemen. Een jurist zoekt rechtspraak op, raadpleegt commentaar en bouwt een zaak op. Wat de echte wereld vraagt, is niet het vermogen om alles zonder hulpmiddelen uit het hoofd te kennen, maar het vermogen om verantwoord te handelen met kennis, bronnen en oordeelsvermogen. Als wij studenten alleen leren presteren onder kunstmatige druk, bereiden wij hen voor op een wereld die niet meer bestaat.

Het tegenteam suggereerde ook dat projecten individuele zwaktes zouden verbergen achter collectieve sterkte. Dat risico bestaat, maar het is geen argument tegen projectbeoordeling; het is een argument tegen lui projectontwerp. Goede projectbeoordeling maakt individuele verantwoordelijkheid zichtbaar: met individuele deelproducten, procesverslagen, peerfeedback, steekproefsgewijze verdedigingen en duidelijke bijdrageanalyse. Wie zegt dat projecten altijd free riders opleveren, beschrijft niet de kracht van het format, maar de zwakte van een slecht uitgevoerd format. En als dat zo is, dan moet de conclusie niet zijn: terug naar de tentamenzaal. Dan moet de conclusie zijn: ontwerp betere projecten.

Wat het tegenteam eigenlijk doet, is een valse keuze presenteren. Zij zeggen: ofwel het geslotenboektentamen als harde, objectieve kern, ofwel projecten als subjectieve vrijblijvendheid. Maar die keuze bestaat niet. Wij kunnen kiezen voor een beoordelingscultuur die kennis serieus neemt én toepassing serieus neemt. Die individuele verantwoordelijkheid meet én samenwerking realistisch maakt. Die niet vraagt: wat kun je onthouden zonder boek? maar: wat kun je doen met wat je weet?

Daarom weerleg ik de eerste spreker van het tegenteam niet alleen, ik nodig de jury ook uit om door de mooie woorden heen te kijken. Het tegenteam verdedigt geen kennis; het verdedigt een meetinstrument dat kennis vaak smaller maakt dan zij is. Het tegenteam verdedigt geen gelijkheid; het verdedigt een schijn van gelijkheid. Het tegenteam verdedigt geen realistische voorbereiding; het verdedigt een oude vorm van druk die zelden iets zegt over professioneel meesterschap.

Wij zeggen daarom: vervang het geslotenboektentamen niet door chaos, maar door een volwassen beoordelingsvorm. Vervang reproductie door integratie. Vervang angst door feedback. Vervang de eenmalige piek door een zichtbaar leerproces. En vervang de illusie van neutraliteit door transparante, rijke en eerlijke beoordeling. Dank u.

Weerlegging door het tegenteam

Dank u, voorzitter.

Het voorteam heeft zojuist twee speeches gehouden die warm klonken, maar bij nadere beschouwing vooral op één ding dreven: een opvallend selectief beeld van zowel het geslotenboektentamen als van projectbeoordeling. De eerste spreker van het voorteam schilderde het geslotenboektentamen af als een ouderwetse geheugentoets, vol stress en zonder betekenis. De tweede spreker voegde daaraan toe dat projecten rechtvaardiger, dieper en toekomstgerichter zijn. Maar allebei vergaten zij dezelfde vraag te stellen: werkt dat in de praktijk, voor alle studenten, onder echte voorwaarden van eerlijkheid, vergelijkbaarheid en kwaliteit?

Laat ik beginnen bij de eerste spreker van het voorteam. Die zei dat geslotenboektentamens vooral kortetermijngeheugen belonen. Dat is een populaire kritiek, maar zij is te makkelijk. Een slecht tentamen meet inderdaad alleen reproductie. Maar dat is geen probleem van het geslotenboektentamen als vorm; dat is een probleem van tentamenontwerp. Een goed geslotenboektentamen kan casusgestuurd zijn, analytisch, rekenkundig, essayistisch of gericht op probleemoplossing zonder hulpmiddelen. Een student rechten die zonder wetboek een juridisch vraagstuk moet oplossen, toont niet alleen geheugen, maar ook redeneervermogen. Een student wiskunde die een bewijs moet opzetten, toont niet alleen feitenkennis, maar ook structuur en inzicht. Een student geneeskunde die een differentiaaldiagnose moet beargumenteren, laat zien dat kennis en redenering samenkomen. Het voorteam valt dus geen realistisch tentamen aan, maar een strooien versie ervan.

De eerste spreker zei ook dat de echte wereld niet draait om geïsoleerde toetsen. Dat klopt deels. Maar de echte wereld draait evenmin om eindeloze herziening, permanente begeleiding en collectieve verantwoordelijkheid. De echte wereld kent deadlines, individuele aanspreekbaarheid, vertrouwelijkheid, beroepsgeheim en situaties waarin iemand zelf moet weten wat hij doet. Niet elke professional kan op elk moment een team raadplegen. Niet elke fout kan later worden hersteld. Niet elke opdrachtgever accepteert een procesverslag als excuus voor een zwak resultaat. Juist daarom heeft het geslotenboektentamen een eigen waarde: het traint en toetst individuele paraatheid. Het zegt niet: je mag nooit iets opzoeken. Het zegt: op dit moment moet jij zelf laten zien dat je de basis beheerst.

Dan de tweede spreker van het voorteam. Die stelde dat objectiviteit een illusie is en dat projecten transparanter kunnen zijn. Maar hier wordt iets belangrijks over het hoofd gezien. Transparantie is niet hetzelfde als rechtvaardigheid. Een rubric kan helder zijn, maar hij neemt interpretatie niet weg. Twee beoordelaars kunnen bij hetzelfde project tot verschillende oordelen komen, afhankelijk van wat zij waarderen: originaliteit, netheid, presentatie, proces, diepgang of samenwerking. Bij een geslotenboektentamen is de beoordelingsruimte doorgaans kleiner. Dat is geen toeval; dat is een van de redenen waarom tentamens al zo lang bestaan. Ze bieden een gemeenschappelijke maatstaf. Ze maken studenten vergelijkbaar, niet omdat ze perfect zijn, maar omdat ze de beoordelingsvoorwaarden zoveel mogelijk gelijk trekken.

De tweede spreker beloofde ons een wereld van rubrics, reflecties, mondelinge verdedigingen, peerfeedback en procesbegeleiding. Dat klinkt verantwoord. Maar laten we eerlijk zijn: het is ook een enorme belofte. Wie garandeert dat elke student dezelfde kwaliteit van begeleiding krijgt? Wie voorkomt dat het ene project spectaculair is omdat de groep toevallig sterk is, en het andere project matig omdat de samenstelling tegenvalt? Wie beschermt studenten die in een groep terechtkomen waarin één persoon alles doet, of juist studenten die zelf wel werken maar niet zichtbaar genoeg zijn? Wie voorkomt dat beoordeling verschuift van inhoud naar presentatie, van denken naar overtuigen, van kennis naar storytelling? Het voorteam zegt dat dit ontwerpfouten zijn. Maar als dezelfde fouten steeds terugkomen, is het misschien geen ontwerpfout meer; dan is het een structureel risico van de vorm.

En dan is er nog de kwestie van externe hulp. In een tijd waarin generatieve AI, online bronnen, scripts, voorbeelden en commerciële ondersteuning overal beschikbaar zijn, wordt de vraag naar individuele beheersing alleen maar dringender. Een project kan prachtig ogen, maar de vraag blijft: wie heeft het gedacht? Wie heeft het begrepen? Wie kan het verdedigen als de context verandert? Het voorteam wil die vraag beantwoorden met extra controles, maar daarmee bouwt het niet zozeer een alternatief voor het tentamen als wel een bureaucratische schil eromheen. Een geslotenboektentamen is niet perfect, maar het biedt op één punt helderheid: hier zit de student, hier zit de taak, hier is de tijd, hier is het resultaat.

Het voorteam sprak ook over inclusieve eerlijkheid. Maar is projectbeoordeling altijd inclusiever? Niet noodzakelijk. Projecten kunnen studenten bevoordelen die beschikken over sterke taalvaardigheid, sociale vaardigheden, digitale middelen, netwerk, tijd en zelfvertrouwen. Studenten die naast hun studie werken, mantelzorg verlenen of moeite hebben met open opdrachten, kunnen juist gebaat zijn bij een helder afgebakende toets met duidelijke stof en duidelijke criteria. Soms is de meest eerlijke beoordeling niet de meest creatieve, maar de meest voorspelbare. Het voorteam presenteert projecten als bevrijdend, maar voor sommige studenten is een tentamen juist de meest toegankelijke vorm van duidelijkheid.

Ook het argument over stress verdient correctie. De eerste spreker van het voorteam stelde dat tentamenstress leren in de weg staat. De tweede spreker herhaalde dat projecten die druk zouden wegnemen. Maar stress is niet altijd de vijand van leren. Een zekere spanning hoort bij prestatie, verantwoordelijkheid en voorbereiding. De vraag is niet hoe we alle druk uit het onderwijs halen, maar hoe we druk dragelijk en betekenisvol maken. Bovendien verdwijnt druk bij projecten niet; hij verplaatst zich. Groepswerk brengt deadlines, onderlinge afhankelijkheid, conflicten, onzekerheid over beoordeling en de druk van een publiek eindproduct met zich mee. Voor sommige studenten is dat zwaarder dan een afgebakende toets.

Wat het voorteam ook doet, het behandelt “vervangen” alsof het een kleine modernisering is. Maar vervangen betekent dat het geslotenboektentamen niet langer de norm is. Dat is geen bijstelling; dat is een systeemwissel. En bij een systeemwissel moet je niet alleen vragen wat het nieuwe ideaal belooft, maar ook wat het oude instrument beschermt. Geslotenboektentamens beschermen een individuele basisstandaard. Ze helpen voorkomen dat een diploma vooral een verhaal wordt over begeleiding, groepsdynamiek of presentatie. Ze geven opleidingen, werkgevers en de samenleving een signaal: deze student kan zelfstandig laten zien wat hij kent en kan, onder gecontroleerde omstandigheden.

Daarom weerleg ik zowel de eerste als de tweede spreker van het voorteam. De eerste spreker maakte van het tentamen een karikatuur en van de echte wereld een projectomgeving. De tweede spreker beloofde rechtvaardigheid door ontwerp, maar onderschatte hoe kwetsbaar beoordeling wordt wanneer individuele vergelijkbaarheid verdwijnt. Samen bouwen zij een mooi ideaal, maar ze vergeten de fundering. En een fundering is misschien minder inspirerend dan een werkplaats, maar zonder fundering zakt ook de mooiste werkplaats weg.

Wij zeggen niet: geen projecten. Wij zeggen: geen vervanging. Projecten zijn waardevol als verdieping, als toepassing, als oefening in samenwerking en creativiteit. Maar ze mogen niet de enige poort worden. Een universiteit moet beide kunnen borgen: de individuele kennisbasis en de collectieve toepassing, de controleerbare maatstaf en het rijke leerproces. Wie het tentamen vervangt door alleen projecten, ruilt meetbaarheid uit voor indruk, en zekerheid voor verhaal. En in onderwijs, waar diploma’s iets moeten betekenen, is dat geen vooruitgang. Dank u.


Kruisverhoor

Kruisverhoor van het voorteam

Vraag van de derde spreker van het voorteam aan de eerste spreker van het tegenteam:
Uw eerste spreker benadrukte dat geslotenboektentamens objectief en gelijkwaardig zijn omdat iedereen dezelfde vragen krijgt. Maar als een tentamen vooral meet wie het beste kan reproduceren onder tijdsdruk, en niet wie de stof werkelijk begrijpt, is die objectiviteit dan niet een schijnvertoning? Erkent u dat een perfect genormeerde toets die het verkeerde meet, nog steeds een slechte toets is?

Antwoord van de eerste spreker van het tegenteam:
Wij erkennen dat een slecht ontworpen tentamen de verkeerde dingen meet. Maar dat is een kwestie van kwaliteit, niet van vorm. De objectiviteit van het geslotenboektentamen ligt juist in de controleerbaarheid: we kunnen aantonen dat de student de stof beheerst zonder externe hulp. Zonder die harde kern wordt beoordeling een interpretatiespel. Dus nee, objectiviteit is geen schijnvertoning; het is de enige manier om individuele kennis onafhankelijk van groepsdynamiek of presentatievaardigheid te wegen.

Vraag van de derde spreker van het voorteam aan de tweede spreker van het tegenteam:
Uw tweede spreker stelde dat kennis de fundering is en dat projecten die fundering niet kunnen controleren. Maar in een tijdperk waarin generatieve AI binnen seconden feiten kan opzoeken en synthetiseren, is het dan niet verouderd om studenten te beoordelen op hun vermogen om een database te imiteren? Waarom zou een universiteit vasthouden aan een toetsvorm die precies die vaardigheid beloont die machines al beter beheersen?

Antwoord van de tweede spreker van het tegenteam:
Dat is een interessante observatie, maar hij mist het punt. AI kan feiten opzoeken, maar het kan niet garanderen dat de student de onderliggende logica, de ethische afwegingen of de contextuele grenzen begrijpt. Een geslotenboektentamen traint het cognitieve raamwerk. Zonder dat raamwerk kan een student niet beoordelen of de AI-output correct is. Wij vervangen geen mens door een machine; wij zorgen dat de mens de regie houdt. En die regie begint met paraatkennis.

Vraag van de derde spreker van het voorteam aan de vierde spreker van het tegenteam:
Uw vierde spreker zal ongetwijfeld pleiten voor drukbestendigheid en individuele verantwoordelijkheid als onmisbare beroepskwaliteiten. Maar als de echte wereld juist draait om samenwerking, het raadplegen van bronnen en iteratief verbeteren, waarom trainen we studenten dan in een geïsoleerde, hulpeloze omgeving? Is het niet ironisch dat wij hen voorbereiden op een wereld die niet meer bestaat, terwijl we de vaardigheden die zij wél nodig hebben, als vrijblijvend bestempelen?

Antwoord van de vierde spreker van het tegenteam:
De ironie is schijnbaar, maar de praktijk is hard. Ja, de wereld draait om samenwerking en bronnen. Maar op het moment dat de samenwerking faalt, de bronnen tegenstrijdig zijn, of de deadline onherroepelijk nadert, moet de professional zelfstandig kunnen oordelen. Een geslotenboektentamen simuleert niet de hele wereld; het simuleert het kritieke moment van individuele aanspreekbaarheid. Zonder die training leveren we studenten af die afhankelijk zijn van het systeem, in plaats van het systeem te kunnen dragen.

Samenvatting van het kruisverhoor door de derde spreker van het voorteam:
Dank u. Wat wij zojuist hoorden, is een verdediging van de controle boven het begrip. Het tegenteam erkent dat tentamens de verkeerde dingen kunnen meten, maar houdt vast aan de vorm alsof de schaal belangrijker is dan wat er gewogen wordt. Zij zien AI als een reden om vast te houden aan geheugentraining, in plaats van het als een signaal te zien dat menselijk oordeel en synthese nu pas echt waardevol worden. En zij reduceren de echte wereld tot een reeks geïsoleerde crisismomenten, terwijl moderne professionaliteit juist draait om adaptief vermogen, bronnenintegratie en collectieve intelligentie. Hun antwoorden bevestigen onze stelling: wij meten niet wat er toe doet, en wij trainen niet voor de wereld van morgen. Daarom is vervanging geen risico, maar een noodzaak.

Kruisverhoor van het tegenteam

Vraag van de derde spreker van het tegenteam aan de eerste spreker van het voorteam:
Uw eerste spreker stelde dat projectbeoordeling stress vervangt door diepgaand leren en iteratieve feedback. Maar als een project maanden duurt, met onzekere criteria, groepsconflicten en een eindpresentatie die alles bepaalt, verdwijnt de stress dan werkelijk, of verplaatst hij zich slechts naar een langere, onvoorspelbaardere periode? Erkent u dat projectwerk voor veel studenten juist een bron van chronische onzekerheid is, in plaats van een geruststellend leerproces?

Antwoord van de eerste spreker van het voorteam:
Wij erkennen dat projecten uitdagingen met zich meebrengen, maar chronische onzekerheid is geen inherent kenmerk van projectbeoordeling; het is een kenmerk van slecht gestructureerde projecten. Een goed ontworpen project heeft mijlpalen, duidelijke rubrics en tussentijdse checks. De stress van een geslotenboektentamen is acuut en eenmalig; de spanning van een project is constructief en begeleid. Wij vervangen niet stress door niets; wij vervangen verlammende angst door gerichte uitdaging. En dat verschil maakt alle verschil voor diepgaand leren.

Vraag van de derde spreker van het tegenteam aan de tweede spreker van het voorteam:
Uw tweede spreker beloofde transparantie via rubrics, reflecties en mondelinge verdedigingen. Maar bij duizenden studenten per jaar, met tientallen docenten en begeleiders, hoe garandeert u dat die rubrics consistent worden toegepast? Als de ene docent originaliteit zwaarder weegt en de andere nauwkeurigheid, is uw transparante beoordeling dan niet gewoon subjectiviteit met een mooi label? Hoe voorkomt u dat het diploma een loterij wordt?

Antwoord van de tweede spreker van het voorteam:
Dat is een terechte zorg, maar het is een beheersvraag, geen principieel bezwaar. Consistentie wordt gewaarborgd door kalibratiesessies, dubbele beoordeling, steekproefsgewijze moderatie en digitale rubric-systemen die afwijkingen signaleren. Bovendien: een geslotenboektentamen is ook niet immuun voor subjectiviteit; denk aan open vragen, essaytoetsen of de interpretatie van casussen. Het verschil is dat projectbeoordeling de criteria expliciet maakt en bespreekbaar houdt, terwijl tentamens vaak de schijn van neutraliteit gebruiken om discussie te smoren. Een diploma wordt geen loterij als we beoordeling professionaliseren, niet als we terugvallen op een eenmalige toets.

Vraag van de derde spreker van het tegenteam aan de vierde spreker van het voorteam:
Uw vierde spreker zal waarschijnlijk benadrukken dat individuele bijdragen zichtbaar worden gemaakt via reflectieverslagen en peerfeedback. Maar als de eindbeoordeling toch vaak groepsgericht is, en werkgevers of masteropleidingen een individueel niveau moeten kunnen verifiëren, hoe voorkomt u dan dat een diploma een collectief product wordt dat individuele zwaktes maskeert? Bent u bereid te erkennen dat zonder een harde, individuele kennischeck de academische standaard op de helling komt te staan?

Antwoord van de vierde spreker van het voorteam:
Wij erkennen dat groepsdynamiek risico’s met zich meebrengt, maar wij verwerpen de aanname dat projectbeoordeling per definitie collectief is. Moderne projecttoetsing combineert groepsproducten met individuele verdedigingen, persoonlijke portfolio’s en gerichte kennischecks binnen de projectcontext. Een diploma maskeert niets als de beoordeling multidimensionaal is. Sterker: een geslotenboektentamen maskeert juist wie wel kan samenwerken, wie kan communiceren en wie kan toepassen. De academische standaard staat niet op de helling; hij evolueert van reproductie naar integratie. En dat is precies wat de samenleving vraagt.

Samenvatting van het kruisverhoor door de derde spreker van het tegenteam:
Dank u. Wat wij zojuist hoorden, is een beroep op het ideale project, niet op de realiteit van het hoger onderwijs. Het voorteam erkent dat projecten stress en onzekerheid veroorzaken, maar schuift dit af op slecht ontwerp. Zij beloven consistentie via kalibratie en moderatie, maar negeren de schaalproblematiek en de onvermijdelijke interpretatieverschillen tussen beoordelaars. En zij stellen dat individuele accountability gewaarborgd kan worden binnen projecten, maar blijven vaag over hoe een werkgever of masteropleiding zonder gestandaardiseerde individuele toets het niveau kan verifiëren. Hun antwoorden tonen een mooi ideaal, maar een fragiele uitvoering. Zonder de harde, individuele kennischeck vervagen de grenzen tussen kunnen en kunnen overtuigen. Daarom is vervanging geen vooruitgang, maar een risico voor de academische integriteit.


Vrij debat

Eerste spreker van het voorteam:
Voorzitter, het vrije debat draait om één vraag: willen we blijven meten wat makkelijk te controleren is, of wat echt telt? Het tegenteam verdedigt het geslotenboektentamen als een weegschaal in een stille kamer: iedereen staat er alleen op, maar niemand weet of de persoon ook kan lopen. Projectbeoordeling meet geen geïsoleerd moment, maar een groeiproces: onderzoek, ontwerp, feedback, verbetering. Ja, dat is rommeliger, omdat leren rommelig is. Maar een universiteit is geen fabriek van nette antwoorden; ze is een oefenplaats voor oordeelsvermogen. Als AI binnen drie seconden een samenvatting maakt, is de vraag niet meer “weet je het?”, maar “kun je ermee werken, erover oordelen en het verbeteren?” Wie dat vervangt door een geheugenquiz, meet niet academisch vermogen, maar archiveerbaarheid.

Eerste spreker van het tegenteam:
Mooi gezegd, maar het voorteam wil van de universiteit een wellnesscentrum maken: minder stress, meer feedback en vooral geen harde randjes. Maar een diploma moet nog steeds een slot op de deur zijn. De eerste spreker maakt van het tentamen een geheugenquiz en van het project een wondermiddel. Wij zeggen: een wondermiddel dat niet kan verklaren wie het wonder heeft verricht. Een student moet eerst de taal van het vak spreken voordat hij een essay, ontwerp of advies kan schrijven. Die taal zit in begrippen, principes, methoden. Een geslotenboektentamen dwingt die taal in het hoofd van de student, niet in de cloud van de groep. En als het voorteam zegt: “we doen mondelinge verdedigingen en portfolio’s”, dan zegt het eigenlijk: we bouwen een enorme controleapparatuur rond het project om te redden wat het project niet alleen kan leveren. Dan is de eerlijker vraag: waarom noemt u dat nog vervanging?

Tweede spreker van het voorteam:
Omdat we niet de controle afbreken, maar de controle verplaatsen naar wat ertoe doet. Het tegenteam spreekt over “de taal van het vak” alsof die alleen in stilte en zonder hulpmiddelen kan worden geleerd. Maar taal leer je door te spreken, niet door woordenlijsten te fotograferen. Projectbeoordeling kan kennis toetsen in context: een student moet aannames verantwoorden, methoden beargumenteren, bronnen wegen, een tussentijdse verdediging doorstaan. Dat is geen zwakkere kennischeck; dat is een scherpere. En over subjectiviteit: elk oordeel over denken is interpretatie. Een open vraag, een essay, een casus, zelfs een meerkeuzevraag is een keuze van de docent. Het verschil is dat wij die interpretatie zichtbaar maken met rubrics, moderatie en feedback, terwijl het geslotenboektentamen haar verbergt achter de illusie van één juist antwoord.

Tweede spreker van het tegenteam:
De tweede spreker van het voorteam belooft rubrics, moderatie en feedback alsof docenten die tussen de bedrijven door even uit de mouw schudden. Laten we eerlijk zijn: op een universiteit met duizenden studenten, tientallen docenten en projecten die uiteenlopen van een businessplan tot een laboratoriumrapport, is consistentie geen detail; dat is de ruggengraat van het diploma. Een rubric is een kaart, maar als elke beoordelaar een andere schaal gebruikt, eindigt de student toch in de sloot. Bovendien: projecten zijn kwetsbaar voor alles wat niet met leren te maken heeft: groepssamenstelling, netwerk, taalvaardigheid, digitale middelen, zelfs de populariteit van de presentator. Het geslotenboektentamen is niet perfect, maar het trekt tenminste één lijn: hier zit de student, hier is de taak, hier is de tijd, en niemand kan zich verschuilen achter een mooie groepsfoto.

Derde spreker van het voorteam:
Die groepsfoto is een mooie metafoor, maar het tegenteam vergeet dat wij niet naar de foto kijken; wij vragen wie de camera vasthield, wie het licht regelde en wie het beeld kan verklaren. Projectbeoordeling zonder individuele verantwoording is inderdaad zwak, maar dat is precies waarom wij pleiten voor een toetsprogramma: individuele reflecties, mondelinge verdedigingen, peerfeedback, procesdossiers en steekproeven. Het tegenteam blijft echter doen alsof alleen het geslotenboektentamen individuele kennis kan aantonen. Dat is een cirkelredenering: “wij vertrouwen het tentamen omdat het tentamen vertrouwd is.” Als u echt geeft om individuele kennis, waarom accepteert u dan dat een student drie weken na het tentamen de helft is vergeten? Dan meet u geen beheersing; u meet een momentopname met een houdbaarheidsdatum.

Derde spreker van het tegenteam:
De derde spreker van het voorteam vraagt waarom wij vasthouden aan een momentopname. Omdat die momentopname een anker is. Zonder anker drijft het diploma weg in een zee van verhalen: “ik heb veel geleerd”, “mijn groep was sterk”, “mijn proces was indrukwekkend”. Werkgevers en masteropleidingen willen niet alleen een verhaal; zij willen weten of deze student zelfstandig de kern beheerst. En als u zegt: “wij doen mondelinge verdedigingen”, dan vraag ik: wie garandeert dat elke student even zwaar wordt bevraagd? Wie voorkomt dat de ene docent doorvraagt tot de fundering kraakt en de andere tevreden is met een nette presentatie? U vervangt een gestandaardiseerd anker door een archipel van lokale controles. Dat kan werken, maar alleen als u de standaard opgeeft. En precies dat is het risico.

Vierde spreker van het voorteam:
Maar die standaard van het tegenteam is zelf verouderd. De echte wereld vraagt niet: “kun je onder geïsoleerde omstandigheden reproduceren?” De echte wereld vraagt: “kun je met onvolledige informatie, met collega’s, met bronnen, met ethische dilemma’s en met deadlines een verantwoord besluit nemen?” Een arts mag protocollen raadplegen; een jurist mag rechtspraak opzoeken; een ingenieur mag normen gebruiken. Wat telt, is niet het gesloten boek, maar het open oordeel. Projectbeoordeling traint precies dat: verantwoord handelen in een open context. En als het tegenteam zegt dat druk belangrijk is, dan zeggen wij: maak druk realistisch. Laat studenten verdedigen, itereren, herstellen, verantwoorden. Dat is zwaarder dan een tentamenzaal, niet lichter.

Vierde spreker van het tegenteam:
De vierde spreker van het voorteam schildert een wereld waarin iedereen altijd mag opzoeken, altijd mag overleggen en altijd een tweede kans krijgt. Mooi, maar er zijn momenten waarop dat niet kan. Een arts in een spoedsituatie, een piloot bij een storing, een jurist die ter zitting moet staan, een ingenieur bij een calamiteit. Dan is er geen rubric, geen teamoverleg, geen feedbackronde. Dan moet iemand zelfstandig weten wat hij doet. Het geslotenboektentamen traint die zelfstandigheid onder druk. Niet omdat de wereld één grote tentamenzaal is, maar omdat er in de wereld momenten zijn waarop je niet kunt leunen op het systeem. Wie die training weghaalt, maakt studenten afhankelijker, niet sterker.

Eerste spreker van het voorteam:
Maar u maakt van de uitzondering de regel. Als we studenten willen voorbereiden op incidentele crisismomenten, dan moeten we crisissimulaties doen, niet een geheugentoets. Een brandweerman traint met oefeningen, niet met een schriftelijke vraag over vuur in een stille hal. Het geslotenboektentamen is geen realistische druk; het is kunstmatige schaarste: geen bronnen, geen tijd, geen feedback. Dat is niet de echte wereld; dat is een sport met eigen regels. En als die sport de norm blijft, dan leren studenten vooral hoe ze die sport moeten winnen, niet hoe ze het vak moeten uitoefenen.

Eerste spreker van het tegenteam:
De eerste spreker van het voorteam zegt dat studenten het tentamen vergeten. Maar vergeten is niet hetzelfde als nooit geleerd. Juist door herhaling en toetsing bouwt een student een mentaal raamwerk op. Dat raamwerk blijft niet altijd bewust paraat, maar het maakt later snelle herkenning, transfer en oordeel mogelijk. Een project kan dat ook doen, maar alleen als de individuele kennisbasis wordt gecontroleerd. En als u die controle inbouwt met verdedigingen, kennischecks en dossiers, dan hebt u gelijk: dan is het geen puur project meer. Maar dan hebt u ook gelijk dat het geslotenboektentamen niet zomaar verdwijnt; u smokkelt het terug in een andere jas. Wij zeggen: doe dat eerlijk en houd het als aparte, herkenbare pijler.

Tweede spreker van het voorteam:
Soberheid is geen deugd als ze het verkeerde meet. Het tegenteam blijft de keuze presenteren tussen een harde, sobere toets en een zacht, vaag project. Die keuze is vals. Projectbeoordeling kan hard zijn: harde deadlines, harde verdedigingen, harde bewijslast. Een student die een project verdedigt, kan niet zeggen: “mijn groep deed het wel”, want wij vragen: wat deed jij? Waarom koos jij zo? Wat zou je anders doen? Welke kennis gebruikte je? Dat is geen zachte beoordeling; dat is een ondervraging met inhoud. En als het tegenteam dat te bureaucratisch vindt, dan vraag ik: is het niet erger dat we diploma’s afgeven op basis van een toets die studenten vergeten zodra de zaal leeg is?

Tweede spreker van het tegenteam:
De eerste spreker van het voorteam noemt het tentamen een sport. Interessant. Maar projecten zijn ook een sport: wie het beste presenteert, het sterkste netwerk heeft, het slimst de rubric bespeelt of de meest geduldige begeleider treft, wint. Het verschil is dat bij een tentamen de spelregels tenminste voor iedereen hetzelfde zijn op hetzelfde moment. U wilt die gelijke startlijn vervangen door een parcours waarin de ene student een berg beklimt en de andere een roltrap neemt, en dan noemt u dat rechtvaardiger omdat de eindfoto er mooier uitziet.

Derde spreker van het voorteam:
Die roltrap bestaat alleen als projecten slecht worden ontworpen. Wij pleiten niet voor vrijblijvende knutselmiddagen, maar voor programmatisch toetsen: meerdere projecten, meerdere beoordelaars, meerdere momenten, individuele verdediging en duidelijke criteria. Dan is de beoordeling niet één foto, maar een album met bewijs. En als het tegenteam zegt dat projecten de rubric bespelen, dan zeg ik: elk toetssysteem kan bespeeld worden. Studenten kunnen ook voor een tentamen strategisch gokken, samenvattingen stampen of oude vragen verzamelen. Het probleem is niet de vorm; het probleem is wat we belonen. Wij willen belonen wie denkt, niet wie gokt.

Derde spreker van het tegenteam:
De vierde spreker van het voorteam zegt: “het gebouw is onveilig”. Maar wat is onveiliger: een gebouw met één duidelijke pijler die individueel draagvermogen test, of een gebouw waarin de vloer bestaat uit groepsprojecten, rubrics, verdedigingen en portfolio’s, terwijl niemand precies weet welk deel van de vloer door welke student wordt gedragen? U belooft een mooier gebouw, maar u kunt de constructieberekening niet overleggen. Wij zeggen: behoud de pijler. Voeg projecten toe, verbeter begeleiding, gebruik rubrics, maar verwijder niet de enige toetsvorm die op grote schaal kan laten zien wat een student zelfstandig beheerst. Zonder die pijler wordt het diploma een mooi verhaal, maar geen bewijs.

Vierde spreker van het voorteam:
Nee, u smokkelt niet; u moderniseert. Een arts die een diagnose stelt, gebruikt kennis, richtlijnen, overleg en onderzoek. Dat is geen geslotenboektentamen, maar een openboekpraktijk. Als wij kennischecks inbouwen in projecten, dan doen wij wat het beroep zelf doet: kennis gebruiken op het moment dat ze nodig is, niet reproduceren wanneer de toets het vraagt. Het tegenteam wil een aparte pijler, maar die pijler staat los van de vloer. Een student kan het tentamen halen en toch niet kunnen handelen. Dan is de pijler wel herkenbaar, maar het gebouw onveilig. Vervanging betekent niet dat we kennis opgeven; het betekent dat we kennis verbinden aan kunnen.

Vierde spreker van het tegenteam:
De derde spreker van het voorteam zegt: “wij willen belonen wie denkt.” Prachtig. Maar wie denkt, moet iets hebben om mee te denken. En wie individueel denkt, moet dat kunnen laten zien zonder de steun van een groep, een begeleider of een slim AI-hulpmiddel. U zegt: “meerdere momenten, meerdere beoordelaars”. Dat klinkt robuust, maar het betekent ook: meer interpretatie, meer bureaucratie, meer kansen om een zwakke prestatie mooi te verpakken. Een geslotenboektentamen is misschien sober, maar het is eerlijk in zijn soberheid. Het zegt: laat zien wat je zelf kunt, nu. Die soberheid is geen gebrek; het is een deugd.


Slotverklaring

Slotverklaring van het voorteam

Voorzitter, jury, geachte tegenstanders.

Wij begonnen dit debat met een eenvoudige, maar fundamentele vraag: meten we wat makkelijk te controleren is, of wat er werkelijk toe doet? Na vier rondes van scherpe uitwisseling blijft ons antwoord onveranderd. Universiteiten moeten geslotenboektentamens vervangen door projectbeoordeling. Niet omdat het makkelijker is, maar omdat het eerlijker, relevanter en menselijker is.

Het tegenteam heeft ons gewaarschuwd voor subjectiviteit, groepsdynamiek en het verlies van een “hard anker”. Maar hun anker houdt vast aan een bodem die al lang is weggeslagen. Zij verdedigen een toetsvorm die reproduceerbaarheid verwart met begrip, en isolatie met zelfstandigheid. Zij zeggen dat projecten te complex zijn, maar vergeten dat complexiteit precies is waarvoor wij studenten opleiden. Een diploma dat alleen bewijst dat iemand drie uur lang zonder bronnen feiten kan opdreunen, is geen bewijs van kunnen. Het is een bewijs van uithoudingsvermogen in een kunstmatige omgeving.

Wij hebben in dit debat laten zien dat projectbeoordeling geen vrijblijvend knutselen is. Het is een gestructureerd proces met transparante rubrics, individuele verdedigingen, procesdossiers en gerichte kennischecks. Het tegenteam noemt dit “smokkelen” van tentamens. Wij noemen het modernisering. Waarom zouden we kennis isoleren in een vacuüm, als de echte wereld vraagt om integratie? Waarom trainen we studenten voor een wereld die niet meer bestaat, terwijl AI, samenwerking en iteratief werken de nieuwe norm zijn? De universiteit is geen archief. Het is een oefenplaats voor oordeelsvermogen. En oordeel ontwikkelt zich niet in stilte, maar in actie. Niet door te stampen, maar door te doen, te falen, te reflecteren en te verbeteren.

Vervanging betekent niet dat we kennis opgeven. Het betekent dat we kennis verbinden aan verantwoordelijkheid. Het betekent dat we studenten niet afrekenen op een momentopname met een houdbaarheidsdatum, maar op een groeiproces dat blijft hangen. Daarom vragen wij u: kies niet voor de schijnzekerheid van een gesloten boek. Kies voor de bewezen kracht van een open proces. Kies voor een onderwijs dat niet meet wie het beste kan reproduceren, maar wie het beste kan denken, samenwerken en handelen. De toekomst wacht niet op wie het geheugen heeft getraind. De toekomst wacht op wie het oordeel heeft gescherpt. Wij verzoeken u dan ook onze stelling te steunen.

Slotverklaring van het tegenteam

Voorzitter, jury, geachte tegenstanders.

Wij begonnen met een duidelijke lijn: projecten zijn waardevol, maar volledige vervanging van geslotenboektentamens is een systeemwissel die de academische standaard ondermijnt. Na dit debat blijft die lijn niet alleen staan; hij is versterkt.

Het voorteam heeft ons een mooie toekomst geschetst: iteratief leren, open oordelen, samenwerking. Maar hun visie rust op een fundamentele tegenstrijdigheid. Zij pleiten voor vervanging, maar bouwen tegelijkertijd individuele verdedigingen, kennischecks en portfolio’s in. Als u die controles nodig hebt om te garanderen dat een student zelfstandig de stof beheerst, dan hebt u het geslotenboektentamen niet vervangen. U hebt het alleen vermomd. En dat bewijst precies ons punt: zonder een gestandaardiseerde, individuele kennischeck vervagen de grenzen tussen kunnen en kunnen overtuigen.

Zij noemen het tentamen een “kunstmatige schaarste”. Wij noemen het een noodzakelijke helderheid. In een systeem met duizenden studenten, tientallen docenten en uiteenlopende projecten, is consistentie geen luxe. Het is de ruggengraat van een diploma dat overal en altijd vergelijkbaar moet zijn. Rubrics zijn kaarten, maar als elke beoordelaar een andere schaal hanteert, eindigt de student in de sloot. Het geslotenboektentamen biedt die gelijke startlijn: dezelfde tijd, dezelfde voorwaarden, dezelfde vraag. Geen netwerk, geen presentatievaardigheid, geen groepsdynamiek die de uitkomst bepaalt. Alleen de student en zijn kennis.

Het voorteam zegt dat de echte wereld om samenwerking en bronnen draait. Dat klopt. Maar de echte wereld vraagt ook om individuele aanspreekbaarheid. Wanneer de samenwerking faalt, de bronnen tegenstrijdig zijn, of de deadline onherroepelijk nadert, moet de professional zelfstandig kunnen oordelen. Dat vermogen wordt niet getraind in een groep met feedbackrondes. Het wordt getraind in het moment waarop je alleen staat, en toch moet weten wat je doet.

Wij pleiten niet voor een terugkeer naar het verleden. Wij pleiten voor een evenwicht. Behoud het geslotenboektentamen als onmisbare pijler van individuele kennisborging. Voeg projecten toe als verdieping, als oefenplaats voor integratie en samenwerking. Maar vervang niet het anker door een zee van verhalen. Een diploma moet een bewijs zijn, niet een impressie. Daarom vragen wij u: kies niet voor de romantiek van het open proces ten koste van de helderheid van de standaard. Kies voor een onderwijs dat zowel diepgang als betrouwbaarheid garandeert. Behoud het geslotenboektentamen. Niet uit nostalgie, maar uit noodzaak. Wij verzoeken u onze positie te steunen.